An inconvenient truth
Er zijn nogal wat misstanden te noemen die een open discussie over de Zuiderzeelijn bovengemiddeld belasten. Niet eerder heeft een onderwerp de politieke agenda van Noord-Nederland zo lang gedomineerd. Het gaat dan ook om meer dan een verschil van opvatting tussen kabinet en betrokken regio’s. Het gaat om een geloofwaardige rijksoverheid. Het gaat om respect
en bejegening. Het gaat om gemaakte afspraken. Het gaat om erkenning voor het feit dat belangrijke delen van Nederland een vergelijkbaar arbeidsperspectief wensen als andere regio’s. Het gaat om de vitaliteit van een landsdeel en het vermogen talenten vast te houden en van elders aan te trekken versus een situatie waarbij jongeren structureel in meerderheid naar elders weg (moeten) trekken. Het gaat erom binnen het kleine Nederland de gedachte van afzonderlijke regio’s weg te nemen.
Het is een ongemakkelijke waarheid…
- 1. Dat de minister tot op de dag van vandaag weigert te praten met inwoners, ondernemers, studenten, vakbonden en maatschappelijke organisaties uit Noord-Nederland over de aanleg van de Zuiderzeelijn. Terwijl hij vlak voor de verkiezingen van Provinciale Staten nog heeft beloofd om dat gesprek voor de zomer van 2007 aan te gaan.
- 2. Dat Noord-Nederland bereid is om € 1,1 miljard (28% van het totaal) op tafel te leggen om samen met € 2,8 miljard de Zuiderzeelijn aan te leggen.
- 3. Dat de overheden in de regio Amsterdam-Almere maar 261 miljoen (nog geen 7,5%) hoeven in te brengen om 3,5 miljard rijksgeld te krijgen voor de aanpak van de wegen en OV in die regio.
- 4. Deze 3,5 miljard wordt gefinancierd uit de aardgasbaten. Aardgas dat in Noord-Nederland wordt gewonnen maar waarvan van de opbrengst slechts 1% terugvloeit naar Noord-Nederland. Terwijl liefst 88% van de baten tussen 1994 en 2004 in de Randstad werd geïnvesteerd.
- 5. Dat de voorzitters van VNO-NCW, MKB Nederland, Bouwend Nederland en Siemens Nederland stellen dat de Zuiderzeelijn kan worden aangelegd voor de beschikbare gelden.
- 6. De rekenmeesters van de ministeries er in zijn geslaagd om een rekenmodel te ontwikkelen om dat te ontkennen.
- 7. In dit rekenmodel alle openbaar vervoersverbindingen beter kunnen worden afgebroken, omdat dit geld zou opleveren.
- 8. Dat voormalig minister Zalm zich liet ontvallen dat ‘elke overheidsinvestering in infrastructuur in Noord-Nederland tot welvaartsverlies leidt’.
- 9. Dat eerdere berekeningen in opdracht van de ministeries uit 2000 en 2001 juist het tegenovergestelde laten zien.
- 10. Dat goede projecten en belangrijke knelpunten in Noord-Nederland –zoals de Zuidelijke Ringweg Groningen en de bereikbaarheid van Leeuwarden - niet door het rijk worden aangepakt, omdat men deze investeringen wil betalen uit de Zuiderzeelijn-gelden.
- 11. Dat terwijl vergelijkbare projecten in de rest van Nederland wel gewoon worden betaald door het rijk.
- 12. Dat het als het aan het rijk ligt meer dan de helft van het geld dat voor Noord-Nederland en de Zuiderzeelijn is gereserveerd (2,8 miljard euro) niet naar Noord-Nederland gaat.
- 13. Dat politieke partijen en voorlieden als Bos, Rouvoet, Balkenende, Rutte, Verhagen en Halsema in de verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamer en Provinciale Staten onomwonden het tegenovergestelde beweerden.
- 14. Dat de voorzitter van de nationale Tijdelijke Commissie Infrastructuur, de heer Adri Duivesteijn politiek bedreef onder het mom van onderzoek toen hij de ZZL ongevraagd naar het rijk der fabelen verwees. De dag nadat hij benoemd was tot wethouder van Almere (mei 2006) stelde hij voor het ZZL–geld exclusief te bestemmen voor het tracé Almere – Amsterdam.
- 15. Dat maatschappelijke kosten-baten analyses (mkba) van het CPB willekeurig worden gehanteerd. Voor de aanleg van Randstadrail, de Noord-Zuid lijn, de Erasmusbrug en de A4 zijn geen mkba’s uitgevoerd.
- 16. Dat de discussie over de Zuidelijke Ringweg Groningen n.b. met een positieve mkba van € 100 miljoen niet automatisch hoog eindigt op de MIRT agenda. Het ministerie doet er alles aan te koersen op een sigaar uit eigen doos. Het geld uit het alternatieve pakket kan dan mooi dienen om de begroting van het ministerie te ontlasten.
- 17. Dat de inmiddels 6de Minister van Verkeer en Waterstaat zich buigt over de Zuiderzeelijn, daartoe aangespoord door even zovele regeerakkoorden en meerderheden in de Tweede Kamer.
Maak nogmaals een keuze...